info@deovertocht.nl | Telefoon: 06 2269 9868

De twee kamelen

Er waren eens twee kamelen. De ene heette Sybilla en de andere Jamal. Sybilla was rank van bouw en sierlijk in haar bewegingen. Zij was gewend om haar eigen pad te kiezen en haar eigen weg te gaan. Jamal was groot en een beetje log  maar had een hart van goud. Hij sloot zich graag aan bij anderen die hun reisdoel wisten en liep dan ook graag mee, zonder zich af te vragen of het wel zijn pad was.

 

Op een dag wilde het lot zo, dat die twee letterlijk tegen elkaar opbotsten. Een zware zandstorm dreef Sybilla namelijk van het karavaanpad  af en na een flink aantal keren gerold te zijn, bevond zij zich opeens in een lager gelegen gebied, waar Jamal, vreemd genoeg, net in z’n eentje zijn weg vervolgde.

 

Ze keken elkaar aan en zonder iets tegen elkaar te zeggen, gingen ze naast elkaar verder. Sybilla voorop, Jamal vlak achter haar aan.

Als Sybilla vroeg welke kant ze op zouden gaan, zei Jamal: “Wat je kiest vind ik goed.” En als zij hem bij een andere beslissing wilde betrekken zei hij weer hetzelfde.

Onderweg vroeg hij dikwijls aan haar of hij nog iets voor haar kon doen. Haar bepakking overnemen, water halen bij de oase, haar beschermen tegen de zandstormen…en hoewel Sybilla de attente houding van Jamal aanvankelijk fijn vond, raakte zij op den duur meer en meer geïrriteerd van.

 

Zij zei: “Kom maar naast me lopen!” Maar hij zei: “Nee, ik blijf liever vlak achter jou lopen, als je dan wankelt, kan ik je fijn ondersteunen.”

“En zij dacht: “Tsjonge, wat zit hij weer te overdrijven! Ik wankel nooit (behalve als er een zandstorm is) en al zou ik…!”

En ze raakte met elke goed bedoelde vraag of aanbod van Jamal meer en meer van zichzelf verwijderd.

 

Als zij met Jamal wilde praten, moest zij  elke keer achterom kijken waar ze op den duur letterlijk misselijk van werd. Dan keek hij in haar ogen, luisterde ook wel maar in plaats van doorvragen, bleef hij een beetje afwezig  glimlachen.

“Heb jij mijn ook nog iets te vertellen?, vroeg Sybilla op een dag een beetje kortaf.

Maar Jamal zei: “Ach, dat is toch niet zo interessant, ik luister liever naar jou.” En hij bleef achter haar lopen, beschermde haar met zijn kleed tegen de zandstormen en haalde haar water, voordat zij nog kans kreeg om zelf naar de oase te lopen.

 

Sybilla werd met de dag stiller en begon zich echt aan alles te ergeren. Aan de manier hoe Jamal liep en hoe het kleed op zijn rug aan het heen en weer wapperen was.

Of aan de manier hoe hij zijn keel schraapte of zomaar vanuit het niets een melodietje ging neuriën. Sybilla voelde zich diep ongelukkig en durfde eigenlijk niets meer te zeggen.

Ze kreeg een hekel aan haarzelf en aan de manier hoe zij Jamal ging zien. Vanuit de hoogte, vanuit een onbedoelde arrogantie…ze voelde zich veranderen in een onuitstaanbaar wezen en snapte niet hoe dit nu kon gebeuren. Want zo was ze normaal echt niet!

 

Op een avond kwamen Jamal en Sybilla aan bij een tweesprong. Na een diepe zucht zei Sybilla: “Ik kan dit niet meer, ik ga hier kapot aan, hier gaan onze wegen uit elkaar.”

 

De volgende ochtend, toen ze wakker werd, was Jamal nergens te bekennen. Sybilla keek een beetje beteuterd maar was ook wel opgelucht.

Nadat zij zich gereed heeft gemaakt om haar weg te vervolgen, zag ze opeens iets verderop letters in het zand.

 

Er stond geschreven: “Ik ben niet de hoofdrolspeler, ik sta liever achter de coulissen.

Ik ben de helper, de begeleider en ik ben pas dan echt gelukkig als ik de hoofdrolspeler tot grote hoogtes kan brengen.”

 

Sybilla las de woorden een paar keer achter elkaar en opeens werd haar alles helder.  Alles wat met haar gebeurde tijdens de reis met Jamal.

 

“Dat is het!”, dacht ze. “Ik wil helemaal geen hoofdrolspeler zijn! Dat past niet bij me, dat maakt mij  akelig, ongeduldig, boos en ongelukkig.

Het is zo’n ongelijkwaardige positie en als ik ergens niet tegen kan is dat het wel!

Ik ben gewoon een speler. Ik zit helemaal niet op een helper of begeleider te wachten die mij tot grote hoogtes denkt te brengen door zichzelf weg te cijferen.

Want waar is die dan? Nergens, toch?

En ik sta daar ondanks al zijn goede bedoelingen maar mooi alleen.

 

Want dat was het: Zij werd gaandeweg bevroren door eenzaamheid.

 

Dit inzicht gaf Sybilla zoveel kracht dat het leek alsof ze kon vliegen. Ze ging de pas er goed inzetten en tuurde in de verte of zij Jamal nog ergens zag lopen. Want dit moest hij ook weten. Dat hij er mocht zijn. Dat hij dan pas echt geluk zal vinden als hij een tegenspeler durft te zijn op gelijkwaardige hoogte.

 

Gelukkig …daar waggelde nog een stipje op de derde zandheuvel in het gele ochtendlicht…

 

 

De afbeelding van de van twee theaterpoppen van De Verkenner is gemaakt door mij.


No Comments

Comments are closed.